Toelichtingen
Tsjaikovsky - Ouverture Romeo en Julia
PSO Toelichtingen archief
Archief | Gespeelde programma's | Biografieën solisten | Gespeelde werken | Recensies
Mei 1975 | Augustus 1975 | November 1987 | Juli 1996

Peter Iljitsj Tsjaikovsky (1840-1893)

Ouverture Romeo en Julia

De fantasie-ouverture Romeo en Julia is het eerste en bekendste stuk van de drie werken die Tsjaikovsky schreef, met als inspiratiebron toneelwerken van Shakespeare.

In de zomer van 1869 zat Tsjaikovsky in een inspiratieloze periode. De componist Balakirev hoorde dit en schreef Tsjaikovsky een brief met daarin de suggestie om Shakespeares Romeo en Julia als uitgangspunt voor een compositie te nemen. Balakirev, die zich op deze manier als mentor voorstelde, deed Tsjaikovsky een aantal thema's aan de hand en gaf hem tevens de raad een lange wandeling te gaan maken om inspiratie te krijgen.

Tsjaikovsky ging met Balakirevs materiaal aan het werk. In januari 1870 was het stuk klaar. Balakirev gaf z'n goedkeuring er over en in maart beleefde het stuk z'n premiere. Het werd een grote mislukking.

In de zomer van 1870 herzag Tsjaikovsky het werk. Hij schrapte de thema's die Balakirev hem gegeven had en bewerkte het naar geheel z'n eigen ideeŽn. Na nog een laatste herziening in 1880 kreeg het stuk z'n definitieve vorm en werd een heel groot succes.

De inleiding door de sombere klank van lage klarinetten en fagotten vertegenwoordigt het noodlot dat over de verliefden, Romeo en Julia, hangt. Na een tussenstuk door strijkers komt het thema van Romeo's liefde door de fluiten, omringt door harp-akkoorden. Dit thema wordt nog twee keer, telkens zachter, herhaald. Nadat het noodlots-motief nog een keer geklonken heeft volgt de passage waarin de familievete tussen de Montagues en de Capulets, de families waartoe Romeo en Julia behoren, uiteen gezet wordt. Hierna volgt de innige lieflijke melodie van Julia door de engelse hoorn en gedempte alten, herhaald door fluiten en hobo's. Nog een keer komt het thema van de strijd tussen de families naar voren echter opgevolgd door Julia's melodie, heel expressief klinkend, door het hele orkest. Aan het eind wordt dit lieflijke thema echter onderbroken door het thema van de familievete. Dan volgt het zwijgen van Romeo's dood. De pauk slaat als afgezant van het noodlot en Julia's lieflijkheid wordt daarna nog triest herinnerd. Na een korte treurmars door het hout sterft het stuk uit door de strijkers. Het stuk eindigt echter met een groots ritmisch slot door het hele orkest.



Programma's  Solisten
Recensies  Toelichtingen
door Geertje Kramer
© 2001 VHV Media Groep | Philips Symfonie Orkest, Eindhoven.