Toelichtingen
Tsjaikovsky - Symfonie Nr. 4
PSO Toelichtingen archief
Archief | Programma's | Biografieën | Toelichtingen | Recensies | PSOverzichtelijk | Reizen
Uitgevoerd:
Juni 1988
Juni 2005

Peter Iljitsj Tsjaikovsky (1840-1893)

Symfonie nr. 4 in f kleine terts opus 36 (1876-77)
1. Andante sostenuto – Moderato con anima
2. Andantino in modo di canzona
3. Scherzo. Allegro.
4. Allegro con fuoco

Het ontstaan van de Vierde Symfonie van Tsjaikovsky valt samen met de meest dramatische periode uit in het leven van de componist. In december 1876 kwam hij via een van zijn leerlingen in contact met Nadezdja von Meck. Deze rijke 46-jarige weduwe van een bekend ingenieur verzocht de componist om een eenvoudig arrangement. Tsjaikovsky, die in grote financiële moeilijkheden verkeerde, nam de opdracht met beide handen aan. Dit was het begin van een dertien jaar durende vriendschap die bestond uit een briefwisseling van meer dan 1100 brieven; Nadezdja trad op als mecenas van Tsjaikovsky, en beide partijen spraken af dat zij elkaar niet zouden ontmoeten – de vertrouwelijke relatie die zij door middel van hun brieven hadden gekregen zou daar immers wreed door verstoord worden.

Na enkele kleine opdrachten voor Nadedzja te hebben aangenomen, schreef Tsjaikovsky haar dat deze opdrachten hem te veel afleidden van het grote werk waarmee hij bezig was: zijn Vierde Symfonie. Per kerende post ontving de componist een lening van 3000 roebel.

In dezelfde periode namen de geruchten rondom Tjsaikovsky’s vermeende homosexualiteit een dermate grote omvang aan, dat de componist besloot in het huwelijk te treden om deze geruchten tegen te gaan. Hij ontving een brief van Antonina Miljoekova, een van zijn leerlingen aan het conservatorium, die hem hartstochtelijk haar liefde verklaarde en dreigde met zelfmoord indien Tsjaikovsky haar liefde niet beantwoordde. Tsjaikovsky besloot op dit verzoek in te gaan en trad in juli 1877 met haar in het huwelijk. Hiermee begon Tsjaikovsky’s angstaanjagende, pijnlijke nachtmerrie. De korte huwelijksreis bracht hem tot wanhoop en direct na thuiskomst in Moskou bracht hij Nadezdja op de hoogte van zijn gesteldheid. Op kosten van Nadezdja vluchtte hij naar Kamenko, waar zijn getergde zenuwen langzaam tot rust kwamen en hij verder werkte aan zijn Vierde Symfonie. Eind september was hij echter gedwongen terug te keren naar Moskou om zijn werkzaamheden aan het conservatorium te hervatten. Het samenleven met zijn vrouw bracht de componist opnieuw tot grote wanhoop, uitmondend in zelfmoordplannen. In uiterste wanhoop riep hij de hulp van zijn broer in die ervoor zorgde dat de componist onmiddellijk naar Petersburg moest afreizen. Eenmaal veilig aangekomen werd Tsjaikovsky overvallen door een totale zenuwinzinking. De dokter die Tsjaikovsky behandelde schreef als enig mogelijk redmiddel ‘een volledige verandering van levensstijl en omgeving’ voor. De scheiding van Antonina was noodzakelijk. Alhoewel Tsjaikovsky’s vrouw in eerste instantie akkoord ging met een scheiding, kwam ze hier later op terug. Langzaam openbaarde zich bij haar waanzinnigheid; jarenlang schreef ze dreigbrieven naar Tsjaikovsky en zijn familie, troostte zich met vele minnaars en kreeg een aanzienlijke kinderschare die ze allen voor adoptie afstond. Uiteindelijk werd ze in 1896 krankzinnig verklaard en in een inrichting opgenomen waar ze in 1917 stierf.

Vrij snel na zijn breuk met zijn echtgenote ondernam Tsjaikovsky met zijn broer Anatoli een reis door Europa. Na een verblijf in Berlijn, Zwitserland, Wenen en Venetië kwam hij rond de jaarwisseling 1877-1878 in San Remo aan. Deze stad had een magische invloed op de componist en enkele dagen na aankomst was de Vierde Symfonie klaar. Tsjaikovsky stuurde de partituur vrijwel meteen naar Moskou, nadat hij de woorden ‘voor mijn beste vriend’ aan de titelpagina had toegevoegd. Op 10 februari beleefde de symfonie haar première. Nadezdja von Meck schreef Tsjaikovsky dat ze de symfonie prachtig vond en dat de première succesvol was verlopen. Ze vroeg hem of deze symfonie een boodschap had, waarop de componist haar een uitgebreide programmabeschrijving stuurde (zie kader). Het is niet duidelijk of Tsjaikovsky dit programma daadwerkelijk tijdens het componeren van de symfonie als uitgangspunt heeft genomen, of dat hij pas na de voltooiing van de symfonie het werk op deze wijze heeft verwoord. Immers een paar jaar later schrijft hij: “Het is duizend keer fijner een symfonie zonder programma te schrijven. Als ik een programmatische symfonie zou schrijven, zou ik mij een charlatan voelen, die het publiek misleidt met waardeloos papier in plaats van waardevolle munten”. Desondanks biedt dit programma de luisteraar aanknopingspunten om deze prachtige symfonie beter te doorgronden.


Programmabeschrijving die Tsjaikovsky aan Nadezdja von Meck stuurde:

“Onze symfonie heeft een boodschap. Dat wil zeggen, het is mogelijk de inhoud in woorden tot uitdrukking te brengen en ik zal jou, als enige, vertellen wat het hele werk betekent en wat de inhoud is van de verschillende delen. Natuurlijk kan ik je dit alleen in grote lijnen duidelijk maken. De inleiding is de kiem, het basisconcept van het hele werk. Dit is het lot, de onontkoombare macht die ons streven naar geluk frustreert voordat we ons doel hebben bereikt, en er met een jaloers oog op toeziet dat onze vrede en ons geluk niet al te volmaakt en zonnig zijn. Het is een macht die ons, als het zwaard van Damocles, voortdurend boven het hoofd hangt en de ziel altijd bitter stemt. Je kunt er niet aan ontkomen en er ook nooit van winnen. Je kunt niets anders doen dan je onderwerpen en je in stilte beklagen.

Het gevoel van totale wanhoop wordt steeds sterker en doordringender. Kan men zich niet beter van de werkelijkheid afkeren en zich overgeven aan dromen? O, wat heerlijk ik zink weg in een zoete en tedere droom. Een heldere, vredige verschijning leidt mij verder. Wat prachtig! Hoe ver weg klinkt nu het thema van het eerste allegro. Steeds verder verliest de ziel zich in dromen. Alle duisternis en narigheid is van hem afgevallen. Dit is geluk! Het is maar een droom en wreed wekt het lot ons.

In het hele leven wisselen de grimmige waarheid en vluchtige dromen van geluk elkaar af. Er bestaat geen hemel. Wij worden door de golven her en der meegevoerd totdat de zee ons verzwelgt. Dit is zo ongeveer de inhoud van het eerste deel.

Het tweede deel gaat over een andere lijdensfase. Nu is het de melancholie die over ons komt wanneer we ’s avonds alleen thuis zitten, moe van het werken, terwijl het boek dat we ter verstrooiing gepakt hebben per ongeluk uit onze handen glijdt. Allerlei herinneringen aan vroeger wellen bij ons op. Wat treurig is het te bedenken hoeveel al voorbij is en nooit meer terugkomt. Toch zijn deze herinneringen aan onze jeugd zoet. We bezien het verleden met spijt hoewel we noch de moed, noch het verlangen hebben een nieuw leven te beginnen. We zijn nogal moe van het leven. We zouden graag wat rusten en op ons leven terugkijken terwijl we ons van alles herinneren. Eens stroomde het bloed ons warm door de aderen en was het leven goed voor ons. Ook waren er momenten van verdriet, van een onherstelbaar verlies. Dat is allemaal al zo lang geleden. Wat is het droevig maar toch heerlijk ons daarin te verliezen!

In het derde deel worden geen bepaalde gevoelens vertolkt. Hierin vinden we alleen speelse arabesken, ongrijpbare vormen die een man voor zich ziet wanneer hij wijn heeft gedronken en opgewonden is. Hij is niet blij en niet bedroefd. Hij denkt eigenlijk nergens aan. Hij laat zijn fantasie de vrije loop en hij heeft de meest bizarre visioenen. Plotseling welt uit zijn geheugen het beeld op van een aangeschoten boer en een straatliedje. Van verre klinkt het geluid van een militaire kapel. Dit soort verwarde beelden schieten door ons brein wanneer we in slaap vallen. Ze hebben niets te maken met de werkelijkheid, maar zijn gewoon onsamenhangend, vreemd en bizar.

Dan het vierde deel. Als het allemaal tegenzit, kijk dan naar de anderen. Ga naar de mensen toe. Kijk hoe zij van het leven kunnen genieten en zich helemaal kunnen overgeven aan het feestvieren. De sfeer van een vakantie op het platteland wordt opgeroepen.

Nauwelijks hebben we ons van onze problemen kunnen bevrijden door mee te maken hoe andere mensen zich amuseren, of het onvermoeibare lot kruist ons pad weer eens. De anderen schenken geen enkele aandacht aan ons. Nog geen blik keuren ze ons waardig, ze staan er niet bij stil dat wij eenzaam en bedroefd zijn. Wat zijn ze allemaal vrolijk en blij! Hun gevoelens zijn zo ondoordacht en zijn zo simpel. En jij wilt volhouden dat de wereld een tranendal is? Geluk bestaat, simpel en onbedorven. Wees blij met de anderen. Dat maakt het mogelijk te leven.

Meer, beste vriendin, kan ik je over de symfonie niet vertellen. Mijn beschrijving is natuurlijk niet erg helder en volledig, maar dat is nu juist het bijzondere van instrumentale muziek, we kunnen haar niet analyseren. Heine zei: ‘Waar woorden tekort schieten, begint de muziek’.”



Programma's  Solisten
Recensies  Toelichtingen
door Geertje Kramer
PSO Home © 2005 VHV Media Groep | Philips Symfonie Orkest, Eindhoven.