|
|
Dagboek 28 oktober 2009
Concert in Shanghai.
Bij het ontbijt in het hotel liet Saskia de experimenten even voor wat ze waren -voor haar even geen gefrituurde inktvis en bami met sojamelk, maar gewoon toast met jam en een gebakken eitje. Veel eten druipt hier van het vet, dus een servetje was nodig om het gebakken eitje even af te deppen. Hierna met Sabien, Cisca en Hilde in een taxi gestapt om ons naar de Tuin van de Nederige Ambtenaar (Humble Administrator) te laten brengen. Dit schijnt één van de mooiste tuinen van China te zijn en de naam alleen al wekt nieuwsgierigheid. De taxirit was een avontuur op zich, waarbij Saskia iets teveel meekreeg van de rijstijl van de chauffeur, doordat ze in het midden op de achterbank zat. Toeteren doen ze bijna continue, alsof ze daarmee willen aangeven dat ze eraan komen. Inhalen gebeurt links en rechts, voetgangers die oversteken lijken een target waar je op kunt mikken. In de berm van de snelweg staan mensen met flyers en water, maar hoe ze denken iets te kunnen verkopen aan het voorbijrazend verkeer blijft een raadsel. Cisca merkte op dat er toch verrassend weinig auto’s met deuken rondrijden, dus wellicht helpt dat toeteren… De tuin was inderdaad erg mooi, al was er niets in bloei. Veel Chinezen komen naar deze tuin om zich meer over de mooie paviljoens te laten vertellen door een gids. Deze praten zo luid in een microfoontje, dat het af en toe lachwekkend is; de pracht van de tuin die in vroeger tijden vast erg rustgevend geweest moet zijn, is nu een oord waar horen en zien je vergaat door alle Chinezen met vlaggetjes en microfoons. Prachtige foto’s zijn gemaakt op de kennelijk beroemdste fotoplek van China. Op een gegeven ogenblik kwam een jongeman naar Saskia toe met zijn fotocamera. Ze nam aan dat hij wilde dat ze een foto van hem en zijn vrouw zou nemen, maar het bleek dat hij met Sas op de foto wilde. Ze had hem zijn fototoestel al ontfutseld, toen bleek dat zijn vrouw een foto van haar en de jongeman aan het maken was. Annemarie zag het gebeuren en moest erg lachen om de verbaasde blik van Saskia, die zij op haar beurt met haar eigen camera meteen vastlegde. Terwijl we nog naproestend de rest van ons gezellige clubje inhaalden, werd Saskia opnieuw aangeklampt door een Chinese man. Ook hij wilde met haar op de foto. In al haar nederigheid die zeker niet onderdoet voor die van de Humble Administrator had ze deze ontdekking van haar modellencapaciteiten niet zien aankomen! De paviljoens hadden luisterrijke namen, zoals de With whom shall I sit-pavilion, The Hall of Elegance, The Hall of the Distant Fragrance, The Listening to the Sound of Rain Pavilion en niet te vergeten de Flying Rainbow Bridge, waar je overigens met twee stappen overheen bent.
Sabien concludeerde uiteindelijk dat ze de namen eigenlijk het mooist van de hele tuin vond. Het is leuk om dit te zien, maar het romantische beeld dat je hebt van het oude China vind je helaas niet helemaal terug. Hierna zijn we met de taxi weer terug naar het hotel gescheurd, waarbij we een heus pasgebeurd ongeluk(je) rechts moesten omzeilen. So much for geen deuken… Jules had lekker had uitgeslapen en een klein loopje gedaan. Niet echt een groot genoegen met deze temperatuur en in dit land vol smog…
Bij de lunch aangeschoven was Behzod Abduraimov , leerling van Stanislav Ioudenitch en onze pianosolist voor de twee laatste concerten. Behzod was net aangekomen vanuit Kuala Lumpur waar hij on tour was met het Sydney Symfonie Orkest, waarmee hij een aantal malen o.l.v Vladmir Askenazy Tsjaikofsky had gespeeld. Deze tournee had hem vorige week in hetzelfde Oriental Arts Centre gebracht, waar wij vanavond zouden spelen! Een fantastische zaal, aldus Behzod, met een vleugel om je vingers bij af te likken: een piekfijne Steinway van het zogenaamde D-model, ofwel een echte concertvleugel. Bij dit vooruitzicht ging een zucht van verlichting ging door de gelederen na de bizarre strijd van gisteravond, toen Stanislav op miraculeuze wijze nog enig geluid wist te krijgen uit een Chinees knutselprodukt dat afkomstig leek uit Madurodam of de muziekschool van Paessens Moddergat.
Vol optimisme trokken we naar Shanghai en over de zaal bleek geen woord gelogen: een prachtige, fraai klinkende zaal die je wel zou kunnen omschrijven als Muziekcentrum Frits Philips voor gevorderden. Op het ruime podium stond echter alleen een Baby Kawai, die weliswaar iets beter leek te zijn dan het IKEA-produkt van gisteren,maar die niet echt de 2.5 meter vleugel genoemd kon worden die ons beloofd was. Behzod wist ook te vertellen dat de officiële dirigentenkamer voor ons verborgen werd gehouden. Normaliter weinig boeiende informatie, maar in dit geval wel belangrijk, omdat daar een vleugel zou staan waarop Stanislav in ieder geval zou kunnen inspelen. Alle woede-uitbarstingen, politieke congsies, strategische telefoontjes en Chinese topambtenaren die toen in de strijd zijn gegooid zullen we U besparen, maar het uiteindelijke resultaat was van een opvallend poldergehalte: de dirigentenkamer-Steinway mocht wel gebruikt worden, maar toestemming om de “echte concertvleugel” uit de catacomben te takelen werd helaas niet verkregen…
Hebben we nu al wat onvriendelijke dingen over vleugels gezegd, het is ook wel aardig om iets te vertellen over het bulktriplex, kunstig gezaagd in de vorm van contrabassen, dat onze gastheren aan onze bassectie ter beschikking had gesteld. Onze bassisten hadden in Nantong opvallend goed geluid weten te halen uit deze besnaarde zeepkisten, waarvan de glans van de klank omgekeerd evenredig was aan de glans van de lak, maar dit was blijkbaar de instrumenten te veel geworden, want vrijwel elke bas had het loodje gelegd. Vooral het Chinese kamwerk bleek niet bestand tegen de robuuste aanpak van onze basvrienden en –vriendinnen. Gelukkig wisten o.a. Antoon, Lieven en Ildikó - door creatief te zijn met schuurpapier - wonderen te verrichten (dankzij de in Cremona opgedane ervaring..?) zodat met relatief weinig vertraging de repetitie toch met een complete bassectie kon beginnen. Al bij de eerste paar maten repeteren van Mahler voelen we in het orkest wat de mooie zaal met je doet: een verademing na de schouwburgachtige zaal van gisteren. Het fijne van zo’n mooie zaal is dat alles wat je mooi speelt, ook echt mooi overkomt in de zaal, maar het legt meteen een nieuwe druk op het geheel. Wat kan dit een gaaf concert worden als we in vorm zijn! We voelen een soort groeiend enthousiasme om ons heen. Het podium is erg groot, dus we zouden theoretisch gezien breed kunnen zitten, maar het is fijner als de violengroep wat compacter gaat zitten, zodat die als groep beter kan klinken. We hadden gelukkig genoeg tijd om Mahler weer even goed te repeteren en ook het pianoconcert kreeg echt gedetailleerd aandacht. Toch vreselijk jammer dat we Stanislav niet op de mooie Steinway kunnen horen, daar hadden we ons na gisteravond echt op verheugd!
Vlak voor het concert zou er een VIP party in de dirigentenkamer zijn. Carol had catering geregeld en bij de Carrefour de nodige snacks gescoord (waaronder Lays chips met bosbessensmaak). De Ambassadeur wilde echter liever bij de kassa op zijn dochter wachten en de overige gasten vonden het beleefd om hem daarin bij te staan. Zodoende viel deze receptie aardig in het water, maar dat werd gelukkig gecompenseerd doordat de bobo’s na afloop in dezelfde ruimte hun welgemeende gelukwensen kwamen afleveren.
Inmiddels stroomde de zaal vol en klonk er een instructietape met een ongekende veelheid van regels: o.a. niet eten, niet fotograferen, je moet een kaartje hebben, langer dan een meter zijn en je fatsoenlijk gedragen. Deze gedragsregels wierpen vruchten af, want we kregen te maken met een opvallend gedisciplineerd publiek. Dit zou inderdaad een bijzondere avond worden! Niet in het minst door Stanislav. Met een ongekende inzet zette hij een memorabele interpretatie van Tsjaikofsky neer en er waren uiteindelijk zelfs momenten dat hij zo betoverend speelde dat je bijna vergat dat hij op een slechte babyvleugel speelde. Inspirerend voor zowel publiek als orkest en dirigent, zo’n solist!
De uitvoering van Totenfeier kan met recht in de annalen van het orkest worden bijgeschreven: zelden werd er op alle fronten zo sterk gemusiceerd. De zaal liet vrijwel onhoorbare strijkers tremoli toe en kon ook goed de indrukwekkende tutti-hoogtepunten verwerken. Bij de laatst unisono c’s was de spanning in het publiek tastbaar. Tijl ging zelfs een tandje sneller dan in Nantong en hiermee werden weer nieuwe grenzen van onze orkestrale virtuositeit opgezocht. Echter daarna ontpopte zich een communicatie met het publiek die moeilijk te beschrijven is. Bewust van de werking die de Chinese stukjes op het publiek hadden, begonnen wij aan de toegiftreeks. Hierop werd de publieksreactie steeds enthousiaster, zodat we ons moeiteloos tot in eerste instantie drie toegiften konden laten uitnodigen. Derde toegift was het inmiddels roemruchte White Hair Girl. Bij de introductie door de staande trompetsectie beginnen Chinezen doorgaans al te klappen en als dan even later de mierzoete,maar verrukkelijke strijkersmelodie ingezet wordt, barst er weer een ovatie los. Na White Hair Girl moest er natuurlijk nog een vierde toegift gespeeld worden en die hadden we gelukkig in petto. Echter nu kwamen de Chinezen pas echt op stoom en moesten we White Hair Girl wel bisseren. Toch leek men niet genoeg te hebben en als teken dat het nu na 5 toegiften echt wel genoeg was (er moest bijvoorbeeld ook nog gegeten worden!) begon Jules naar het publiek te wuiven, dat daarop breed lachend begon terug te wuiven. Een uniek ritueel was spontaan geboren: dirigent en publiek dat minutenlang naar elkaar wuift. Wellicht is dit een nieuwe trend die internationaal navolging gaat vinden?
Na afloop de bekende euforische taferelen. Stanislav toonde zich uiterst bescheiden en wuifde alle complimenten een beetje weg door aan te geven dat we maar eens moesten horen wat zijn leerling (Behzod)kan: he is a tornado! A gentle tornado, that is… Behzod verhoogde de feestvreugde nog eens door te melden dat het orkest van Sydney o.l.v. Ashkenazy niet gelukt was enige toegift af te dwingen…
Met de adrenaline nog door het vermoeide lijf gierend, stapte het orkest weer in de bussen, om de 2 uur durende reis naar Suzhou weer aan te gaan. Om middernacht werd het diner geserveerd in het hotel, waar Stanislav nog een oorverdovend applaus kreeg van het orkest, wat hem zichtbaar verlegen maakte. Een bijzondere dag en dat was het…!
Dagboekverslag door: Saskia Luyendijk en Jules van Hessen
n.t.b.
Klik hier voor foto's van 28 oktober...
<- Gisteren |
Morgen ->
| Dit verslag van Woensdag 28 oktober is verstuurd vanuit China op donderdag 29 oktober, 22:28u (lokale tijd). |