Toelichtingen
Mahler - Symfonie Nr. 6
PSO Toelichtingen archief
Archief | Programma's | Biografieën | Toelichtingen | Recensies | PSOverzichtelijk | Reizen
Uitgevoerd:
November 2006

Gustav Mahler (1860-1911)

Symfonie nr. 6 in a kleine terts (1903-1904)
1. Allegro energico, ma non troppo
2. Andante moderato
3. Scherzo
4. Finale: Allegro moderato

Tijdens de zomer van 1904 was Gustav Mahler een gelukkig mens. Hij had een vaste benoeming als dirigent van de Weense Opera, een van de meest toonaangevende posities die een dirigent destijds kon bekleden. Hij was getrouwd met Alma Mahler, samen hadden zij een dochter en hun tweede dochter werd op 15 juli geboren. Tijdens de zomermaanden van 1904 voltooide Mahler zijn Zesde Symfonie en componeerde hij de Kindertotenlieder en delen van zijn volgende symfonie. Ondanks het geluk dat Mahler ten deel viel, hadden al deze werken de intense tragiek van noodlot en dood als onderwerp. Waarom? Voorvoelde Mahler zijn noodlot? Waarom toonzette hij zijn meest sombere emoties ten tijde van groot persoonlijk geluk?

Toen Mahler zijn Zesde Symfonie had voltooid, speelde hij haar aan Alma voor. Alma schreef hierover: “Geen van zijn eerdere weken kwamen zo direct uit zijn hart als dit. We weenden samen die dag, zo diep waren we geraakt door de muziek en dat wat zij voorspelde. De Zesde is de meest persoonlijke van zijn werken, en bovendien profetisch… In de Zesde liep hij in muziek vooruit op zijn eigen leven”.

In het laatste deel van deze symfonie - het meest dramatische deel – verklankt Mahler het noodlot door drie intense hamerslagen. De laatste slag is de genadeslag – de dood triomfeert.

Alma’s bange voorgevoelens over de gevolgen van de Zesde Symfonie kwamen uit. In 1907 sloeg het noodlot bij de Mahlers genadeloos toe. Hun oudste dochter Maria overleed aan roodvonk, artsen constateerden en fatale hartafwijking bij Mahler en Mahler werd ontslagen bij de Weense Opera.

Alma heeft altijd geloofd dat Mahler met zijn Kindertotenlieder het lot tartte en dat hij daarmee de dood van zijn dochter heeft voorspeld. Zijn eigen doodvonnis tekende hij volgens haar met het componeren van zijn dramatische Zesde Symfonie, waarin het noodlot huiveringwekkend overwint.

Mahler heeft zich tot op een zeker niveau gerealiseerd dat de Zesde Symfonie een verklanking van de dood was. De geweldige dirigent Mahler had moeite met het dirigeren van de première van zijn Zesde Symfonie. “Vanuit schaamte en angst dirigeerde hij de symfonie niet goed. Hij aarzelde om de duistere voorspelling dat achter het vreselijke laatste deel ligt, goed naar voren te brengen”, aldus Alma. Na de première werd Mahler overmand door emotie. Hij begon de consequenties te vrezen van het componeren van deze muziek over de dood. Hij herzag de partituur en verwijderde de derde hamerslag uit de finale. Oorspronkelijk had hij zichzelf in deze finale geportretteerd als tragische held – “de held die drie maal getroffen wordt door het noodlot waarbij hij de derde maal als een boom geveld wordt.” Nu was hij er niet meer zeker van of hij de derde slag in de partituur wilde laten staan. Men kon het noodlot ook te veel tarten.

Mahler zei ooit: “Een symfonie moet de hele wereld bevatten”. In de Zesde Symfonie komen veel facetten van Mahlers wereld samen. Het openingsdeel refereert aan Oostenrijkse marsmuziek, Mahlers persoonlijke leven, eenvoudige religieuze ceremonies, en het vreedzame plattelandsleven. Het deel opent met marsritmes dat de weg baant voor een quasi-religieus koraal dat dient als overgang naar een opzwepend, romantisch thema. Volgens Alma was dit haar thema: “Nadat hij het eerste deel had voltooid, kwam hij me vertellen dat hij getracht had om mij door middel van een thema uit te beelden. ‘Ik weet niet of ik erin geslaagd ben, maar je hebt het er maar mee te doen’. Dit is het grote, verheven thema van het eerste deel van de Zesde Symfonie”. Naast het macabere marsritme, het eenvoudige koraal en het liefdesthema, wordt het vierde element, het platteland, voorgesteld door koebellen en een volksliedachtige melodie. Al deze vier verschillende elementen wisselen elkaar af, totdat het Alma-thema naar voren treedt, de andere elementen wegvaagt en het deel tot een triomfantelijk einde brengt.

Mahler twijfelde over de volgorde van het tweede en derde deel van deze symfonie. Oorspronkelijk plaatste hij het scherzo na het eerste deel, maar al voor de première veranderde hij van gedachte. Tijdens de repetities voelde hij dat het dynamische scherzo een onvoldoende contrast vormde met het triomfantelijke slot van het eerste deel, en dat het langzame deel voorafgaand aan de langzame inleiding van het laatste deel te langdradig van karakter was. De partituur was al gedrukt en daarin was het scherzo het tweede deel en het andante het derde. In de latere versie voor twee piano’s is de volgorde andante – scherzo. Na Mahlers dood blijft de verwarring over de volgorde bestaan als Alma overtuigend doorgeeft dat de volgorde scherzo – andante correct is. Nog immer lopen de meningen uiteen over de volgorde van de twee middendelen.

Het andante is een prachtig moment van ontspanning. Het is romantisch van toon waaruit een grote melancholie spreekt. Mahler verwijst ook hier naar het platteland door het gebruik van de koebellen.

Het scherzo is zowel demonisch als satirisch. Het marsritme uit het eerste deel is nu in een driedelige maatsoort gegoten. Het middengedeelte is ritmisch onregelmatig en geeft volgens Alma het onritmische spelen van twee kleine kinderen weer.

In de Finale komt het noodlot volledig tot uiting. Het noodlotsmotief uit het eerste deel – het majeur akkoord dat verandert in mineur begeleid door tromslagen - is volledig vervlochten in de structuur van dit laatste deel. Daarnaast symboliseren de drie hamerslagen het noodlot dat toeslaat. Alma: “Iedereen die deze symfonie begrijpt, begrijpt dat de eerste hamerslag de sterkste is, de tweede zwakker is en de derde – de fatale doodsslag – de zwakste van de drie is. Misschien zou het kortstondige effect andersom groter zijn. Maar dat gaat het hier niet om”. Na de derde hamerslag volgt een kort coda. Fragmenten van thema’s weerklinken nog vanuit de diepte van het orkest. Nog een keer weerklinkt het noodlotsmotief, echter alleen in mineur – De dood heeft overwonnen.



Programma's  Solisten
Recensies  Toelichtingen
door Geertje Kramer
PSO Home © 2006 VHV Media Groep | Philips Symfonie Orkest, Eindhoven.